Uncategorized

Interview “Schepen Van de Velde”

De oppositie verwijt hem een eigengereid optreden op het gebied van ruimtelijke ordening. Rob Van de Velde is duidelijk een schepen met een eigen visie. “Dankzij ons pragmatisch beleid krijgen investeerders weer goesting in Antwerpen”, zegt hij.

[metaslider id=2042]

Vorige week nog legde Rob Van de Velde verscheidene adviezen naast zich neer om een nieuw torenproject op de Tunnelplaats goed te keuren. “Soms leiden de officiële regels niet tot de beste oplossing”, argumenteert hij zijn beslissing.

Voor de foto wil Rob Van de Velde het liefste afspreken bij het Tolhuis. Het leegstaande kantoorgebouw op de Sint-Pietersvliet is voor hem een schoolvoorbeeld van zijn stelling dat bij stadsvernieuwing creativiteit soms belangrijker is dan regelgeving. “Dit gebouw is een stadskanker, een kolos van 14.000 vierkante meter die de omgeving versmacht”, zegt hij. “Het soupeert al het licht en het zicht in de buurt op. Wat moeten we hiermee doen? Het verkleinen kan niet, want dan komt de stabiliteit in gevaar. Bovendien moeten potentiële investeerders rendement kunnen halen uit de renovatie.

Moet het dan misschien wat hoger en tegelijk ook smaller worden? Dat is misschien de beste optie, maar in dat geval komen we wel in conflict met de hoogbouwnota.” “De keuze in zo’n geval is voor mij evident: ofwel volgen we strikt de regels en dan komen we uit bij een onbevredigende oplossing, ofwel doen we dat niet. Ik kies voor dat laatste. Twee argumenten zijn voor mij doorslaggevend. Eén: we willen geen leegstand, want dat leidt tot verloedering. En twee: bij renovaties willen we zo veel mogelijk ruimte teruggeven aan de omgeving. Daarom vraag ik volgende week aan het college of ik een onderzoek naar goede oplossingen voor het Tolhuis mag starten.”

De hoogbouwnota en andere codes zijn voor u dus niet heilig? Rob Van de Velde: Die nota’s zijn, wat mij betreft perfect, maar ze zijn niet in alle gevallen toepasbaar. Bij het opstellen ervan is namelijk niet aan individuele dossiers gedacht. Het Tolhuis is een geval apart. En zo zijn er wel meer. Het Hof van Beroep op de Waalse kaai, bijvoorbeeld.

Of de oude Renault-garage op de Tunnelplaats. Voor de goedkeuring van dat nieuwe torenproject hebt u verscheidene negatieve adviezen naast u neergelegd. Al die adviezen vragen om voor de toegankelijkheid, een deur twee meter te verplaatsen of om rekening te houden met een naburig pleintje van amper 150 vierkante meter, dan is dat toch geen voldoende reden om zo’n groot en mooi project helemaal af te keuren, met jaren leegstand als gevolg? De maatschappelijke kosten van die verloedering zouden gigantisch zijn.

Maar die adviezen van instantie zoals Gecoro, Monumentenzorg en de Welstandscommissie zijn er toch niet om zomaar te worden genegeerd? Natuurlijk niet, ik ben heel blij met al die gedegen adviezen en in de overgrote meerderheid van de gevallen volgen we die ook. Maar heel soms niet, als daar een goede reden voor is. Zoals in het geval van de houten uitbreiding van de hoofdzetel van de scouts in Borgerhout. Die heb ik goedgekeurd tegen het advies van de administratie in, omdat ik vind dat we er trots op moeten zijn dat we zo’n grote en belangrijke organisatie mogen herbergen. Kijk, elk bouwdossier heeft verschillende aspecten: technisch, juridisch, ruimtelijk, financieel… Al die administratieve instanties focussen op één specifiek aspect. Maar wij hebben als college de opdracht om de dossiers in hun geheel te bekijken en dan een beslissing te nemen op basis van de maatschappelijke impact.

Zijn er nog meer van die controversiële dossiers in aantocht? Ja, ik denk bijvoorbeeld aan dat van de Nationale Bank op de Leien. De Vlaamse regering wilde dat gebouw beschermen, maar wij hebben gevraagd om te wachten met de beheersovereenkomst, omdat die een hypotheek zou leggen op de nieuwe bestemming van de site. In dergelijke dossiers moeten we goede afwegingen maken. Past de renovatie cultuurhistorisch? Welke invullingen zijn wenselijk en welke niet? Kan de renovatie wel rendabel worden gemaakt? Wat is het effect van niet-renovatie voor de buurt? Enzovoort.

Wat vindt u van het verwijt van de oppositie dat u te veel de kant van de projectontwikkelaars kiest? Dat vind ik flauwe kritiek die het imago van de politiek in zijn geheel schaadt. De oppositie is ook niet consequent. De ene keer verwijt ze het college dat we de adviezen niet volgen, de andere keer zegt ze dat we die adviezen zelf sturen, zoals in het geval van Oosterweel. In werkelijkheid nemen we alle adviezen mee, volgen we onze visie en doen we ons best om daarover open te communiceren.

Ziet u uw beleid als een radicale breuk met het verleden? Wij gaan niet uit van een maakbare stad, zoals de ploeg van Patrick Janssens dat te veel deed. We willen niet te veel regels opleggen, niet de houding aannemen dat investeerders blij mogen zijn dat ze bij ons mogen komen bouwen. Dankzij ons pragmatisch beleid hebben investeerders weer goesting in Antwerpen. Maar dat neemt niet weg dat er in het verleden echte topprojecten in de steigers zijn gezet, zoals Regatta. Helaas werd het financiële aspect soms wat verwaarloosd, zoals bijvoorbeeld bij het nieuwe centrumziekenhuis van ZNA en bij Nieuw Zuid. En er is ook een tekort aan goedkope starterswoningen.

Wie via de Noorderlaan de stad binnenrijdt, vraagt zich af of er niet te veel wordt ingezet op hoogbouw. Kan een buurt al die torens wel blijven slikken? Hoogbouw is vaak nodig om grote projecten rendabel te maken. Al vind ik zelf wel dat die hoogbouw best wat gedurfder mag zijn, zoals in sommige andere steden. Met onze architectuur moeten we een aantrekkingskracht uitoefenen op jonge professionals. Geef mij maar meer gebouwen zoals het MAS. Maar u hebt gelijk, er zijn grenzen aan de hoogbouw. Daarom moeten we bij onze stadsontwikkeling ook buiten onze eigen grenzen kijken en een stadsregionale samenwerking opzetten. Ook in de Antwerpse rand groeit dat besef.

Heeft de stad niet juist nog enorm veel open ruimte om te bebouwen, zoals de boorden van de Schelde op de beide oevers?
Ja, maar we kunnen de lintbebouwing niet eeuwig blijven voortzetten, want dan stikken we. De verneveling van Vlaanderen moet stoppen. Al zijn er zeker nog mogelijkheden. Op de industriegronden tussen Kinepolis en de Michiganlaan bijvoorbeeld is het zeker een optie om wonen naast het dok mogelijk te maken.

U moet een beleid uitwerken om een bevolkingsgroei met 100.000 inwoners tegen 2030 te absorberen. Had u daar nu echt niet de steun van de stadsbouwmeester bij kunnen gebruiken?
Er is opvolging op komst. Maar wij hebben zelf een heel sterk team
met liefst vijftien bekwame stadsbouwmeesters en architecten: de dienst Vergunningen. Een stadsbouwmeester mag niet worden beschouwd als het Orakel van Delphi, dat in z’n eentje bepaalt wat goed is voor de stad. Ik zie de toegevoegde waarde van die functie meer als een soort veiligheidsslot bij het uitwerken van een brede stadsvisie.

Gaat het lukken om die bevolkingsexplosie te verwerken?
Ik heb onlangs nog de optelsom gemaakt. Met projecten zoals onder meer Regatta vangen we iets meer dan de helft van de voorspelde groei op. Daarnaast moeten we blijven inzetten op vernieuwing, verdichting en renovatie. Is de crisis voorbij voor Antwerpen? Er zijn veel positieve signalen. Onze universiteit en de hogescholen doen het erg goed, de duurzame bedrijvenzone Blue Gate wordt een succes, potentiële investeerders zoals KBC en Telenet tonen veel interesse in de stad… Ik heb de indruk dat Antwerpen echt hot is.
RUDY COLLIER
LEX MOOLENAAR

 

Bron: GVA, za6 & zo7 september 2014