Laat me A charmeren

‘Socialisten hebben aan woningnood nul de botten gedaan’

‘Het vorige bestuur won prijzen, wij pakken de concrete noden aan.’ Antwerps schepen Rob Van de Velde (N-VA) beheert de erfenis van ex-burgemeester Patrick Janssens (SP.A) op het vlak van stadsontwikkeling. Met zijn uitgesproken persoonlijkheid schuwt hij de polarisatie niet. ‘Er kunnen in Antwerpen geen armen meer bij.’

Van onze correspondent
Stadslab Antwerpen
Bart Brinckman

‘In plaats van de vruchten van ons werk te plukken, hakt dit stadsbestuur de bomen om.’ Twee jaar geleden reageerde Patrick Janssens (SP.A) geprikkeld op de manier waarop het nieuwe stadsbestuur zijn troetelkind, de stadsontwikkeling, behandelde. Janssens was boos omdat het nieuwe bestuur AG Stan, het autonome agentschap voor stadsontwikkeling dat hij had opgericht en dat meermaals in de prijzen was gevallen, weer binnen de administratie had opgenomen. De ex-burgemeester vreesde dat zo de politiek weer te veel greep zou krijgen op stadsontwikkeling.

Rob Van de Velde (N-VA) voelt zich niet aangesproken. ‘De maatregel bespaart ons tien miljoen euro over de hele legislatuur. De mensen die bleven, zijn overigens zeer gelukkig. Zij plannen en realiseren als nooit tevoren. Er zitten veel mooie projecten in de pipe-line.’

De schepen van Stadsontwikkeling polariseert als geen ander. De meerderheid prijst zijn voluntaristische aanpak, de linkse oppositie ziet in hem de plaatselijke verpersoonlijking van de nieuw-Vlaamse arrogantie. Zijn pas verschenen boekLaat me A charmeren leest dan ook als een langgerekte repliek op zijn critici. ‘ Goh, dat was zeker niet de bedoeling’, sust hij. ‘Tegenwoordig krijgt mijn beleid het nodige respect. Het boek moest vooral een slotakkoord vormen. (grijns) Nu Open VLD past voor een tweede schepenmandaat, krijg ik onverhoopt drie jaar extra.’

‘Het vorige bestuur won prijzen, wij pakken de concrete noden aan.’ Dat klinkt pittig.
‘Ik wil gerust met SP.A-oppositieleidster Kathleen Van Brempt de wijk 2060 (de Seefhoek, een verpauperde zone, red.) intrekken. Zij mag dan vertellen over haar smart cities, ik zal het hebben over betaalbaar wonen. Ik weet nu al wie het verstandigst zal klinken. Met stadsontwikkeling hebben de socialisten de reputatie van Antwerpen opgekrikt. Maar aan het sociale aspect bewezen ze enkel lippendienst. Aan woningnood hebben ze nul de botten gedaan.’
‘Ik begrijp waarom de PVDA in bepaalde wijken goed scoort, hoor. De SP.A zwoer altijd bij sociale woningen, waarvan dan nog tien procent wordt voorbehouden voor mensen die er niet thuishoren. Op andere plaatsen ging de partij voluit voor residentieel wonen, zoals op het Eilandje of in het Groen Kwartier. Allemaal fantastisch, maar erg duur. Het socialistische beleid van monocultuur liet bepaalde groepen in de kou staan. Daarom brengt de stad nu driehonderd betaalbare huurwoningen op de markt.’

Jullie mikken resoluut op middencategorieën.
‘Zeker, 450 tot 500 euro per maand voor een appartement van zestig vierkante meter. Dat zijn bedragen die Antwerpenaren tegenwoordig ook aan huisjesmelkers betalen. Wij willen hen een alternatief bieden. De Seefhoek is vandaag een grote landingsbaan voor nieuwkomers. Wij willen die concentratie uitdunnen om de integratie te bevorderen. Maar de mensen moeten een alternatief hebben voor het samenhokken in slechte huizen. Wij bouwen minder sociale woningen, maar we hebben een sociaal objectief.’
‘Het vorige bestuur had geen flauw benul van de echte uitdagingen. Elke nieuwe Antwerpenaar kost ons zo’n 30.000 euro aan bijkomende voorzieningen. Zelf brengt een nieuwkomer nauwelijks 247 euro aan belastingen op. Het geeft een idee van de uitdagingen. We zullen heel wat moeten investeren om de dienstverlening op peil te houden.’
‘Ik ben een absolute voorstander van gentrification (het proces waarbij tweeverdieners in armere wijken de bovenhand halen, red.). Begin deze eeuw publiceerde de federale overheid een overzicht van alle achterstandswijken in Antwerpen. Vijftien jaar later is er niets veranderd, op een wijk in Borgerhout na. Door de aanpak van de publieke ruimte kwamen daar tweeverdieners wonen. De verbetering van het weefsel creëert meer sociale controle, meer identificatie. Kortom, er staat opnieuw een samenleving.’

Wouter Van Besien, gewezen voorzitter van Groen, woont er.
‘Fantastisch toch.’

Heeft Antwerpen nog plaats voor arme bewoners?
‘Maar bij gentrificatie kunnen zij die verkopen, met dat geld toch elders een woning kopen? Dat creëert een dynamiek. Al te lang trok links in Antwerpen de verschoppelingen der aarde aan, gelokt door royale uitkeringen maar zonder oplossingen voor waardige leefomstandigheden. Dat vind ik schuldig verzuim. Wij hebben van de socialisten een verpauperde stad geërfd. Eigenlijk kunnen er geen armen meer bij. Antwerpen botst op de limieten van haar draagkracht. Laten we dus volop inzetten op een leefbare thuis voor de mensen die hier nu al wonen.’
‘Wij moeten positief over de stad spreken, maar we moeten ook de dingen durven zeggen zoals ze zijn. Het is onwaarschijnlijk hoe de SP.A na de verkiezingen het bestuurskleed heeft afgelegd, en verwacht dat de tekorten die ze gedurende jaren hebben opgebouwd, meteen worden opgelost. Te weinig scholen, te weinig crèches, te veel armoede. Ik creëer dat niet, ik wil daaraan verhelpen.’

Ook dit bestuur worstelt met de welstandsvlucht.
‘Dat klopt. Het is meteen de reden waarom mijn boek start met een emotionele getuigenis van een vrouw die in de stad woont. Maar ze vindt geen parkeerplaats in haar straat, geen opvang, geen school. Haar kinderen kunnen ook niet naar de jeugdbeweging, of de weg ernaartoe is te gevaarlijk. Daarom moeten we dichtbevolkte wijken opluchten, met verkeersluwe en groene ruimten. Dat vergt een evenwicht tussen een goede doorstroming en het ter beschikking stellen van open ruimte.’

De plaats van de auto vormt net het pijnpunt in dat evenwicht.
‘Inderdaad. Daar breken we met het verleden. Toen ik startte, vertelde een ambtenaar me: “We moeten de mensen opvoeden”. Dat geeft dichtgeknepen straten als opvoedingsproject. Maar de mensen verleren het niet, files blokkeren de hele dag die straat. Chauffeurs en bewoners vragen zich dan af: “Is dat het nu?”‘
‘Wij bieden stedelingen alle mogelijke alternatieven aan: de auto, de (deel)fiets, openbaar vervoer,park and rides aan de rand…. Rond autogebruik willen wij niet opvoeden maar informeren. Wij nemen de mensen serieus. Dan gaat het uiteindelijk vanzelf. De attitudes verschuiven nu al. Steeds meer mensen nemen de fiets. We kunnen de aanleg van fietsparkings niet bijhouden.’
‘Antwerpen wordt stilaan parking, de rest wordt stad’, schamperde Janssens.
‘Wij plannen inderdaad nieuwe parkings. Niemand beweert dat dit onzin is. Natuurlijk rijden mensen daar met de auto naartoe. Gelukkig maar. Aan de Gedempte Zuiderdokken of aan de Kaaien wordt er ook gewerkt. Wij willen dat absoluut zo houden. Lang niet iedereen kan met het openbaar vervoer naar het werk.’
‘Antwerpen blijft met de voeten op de grond. Neem nu het verkeersvrij maken van de lanen in het centrum van Brussel. Zo’n beslissing genereert altijd twee kampen. Aan de ene kant was er die enorme hoerastemming, met een schrijnende realiteit die daar haaks op stond. Het verleidde me tot een ironische tweet. Zo’n ondoordachte beslissing doet mij aan het ancien régime den ken. Een stad moet haar verantwoordelijkheid nemen.’

Zelfs binnen de meerderheid staat men te kijken van uw dadendrang.
‘Ik ben als een beest gestart. Ik wilde alles doorgronden. Met die zogenaamde legacy van mijn geroemde en beroemde voorganger ging het om een enorme uitdaging. Ik wilde toegevoegde waarde brengen. Een aantal zaken liepen goed, andere dossiers (zoals de Slachthuis-site of de Handelsbeurs) zaten hopeloos geblokkeerd. Voor mij komt het eropaan om die los te wrikken, zelfs als dat me lijnrecht tegenover de erfgoedcel brengt. Zo niet dreigen stadskankers of leegstand. Daar heeft de Antwerpenaar geen enkele boodschap aan.’

Dat gaat soms ten koste van een negatief advies uit de administratie. De oppositie hekelt de vermeende angstcultuur.
(gnuift) ‘Ik aanhoor al die verhalen met veel plezier. De oppositie zegt zo veel.(zucht diep) Allemaal uit de lucht gegrepen. Ik laat mezelf nooit zien op de administratie, welke druk zou ik dan uitoefenen? Als u me niet gelooft, contacteer gerust bedrijfsdirecteur Patricia De Somer. Wie beschuldigingen uit, zoekt het best eerst naar bewijzen.’
‘Ik heb het eens nagekeken. Ik heb minder adviezen overruled dan mijn collega’s in Gent of Mechelen.(knipt met de vingers) En als ik dat deed, dan had ik best stevige argumenten. De beroepscommissies floten me geen enkele keer terug. Maar in Antwerpen zitten de media natuurlijk met een vergrootglas op het bestuur.’

U kent wellicht ook het verwijt dat u uw oren te veel naar de promotoren laat hangen.
‘Dat is eveneens op niets gebaseerd. Bij aanvang van deze legislatuur vernietigde het grondwettelijk hof het grond- en pandenbeleid. Voor onderhandelingen was er meteen geen wettelijke basis meer. Ik heb alle promotoren op mijn kabinet bijeengeroepen met het verzoek om samen te werken en met de vraag om daarbij iets terug te doen voor de stad. Niemand heeft gepiept.’
‘Bij een laatste dossier, ik ga u geen details geven, vertelde een topambtenaar me: “Rob, het is ongelofelijk wat jij met je beleid uit de onderhandelingen kan slepen. Tijdens het vorige bestuur moest de stad er steeds aan toeleggen”. (slaat de handen in elkaar) Ach, laat die oppositie maar kakelen. Alsof Janssens nooit met die promotoren heeft onderhandeld. Bovendien erger ik me aan de manier waarop de term ontwikkelaar een negatieve bijklank krijgt. Ontwikkelen creëert ook welvaart.’

‘De stadsbouwmeester moet de spanning tussen rentabiliteit en kwaliteit oplossen’, schrijft u. Was dat evenwicht zoek en kon Kristiaan Borret daarom beschikken?
‘Helemaal niet. Tussen ons was er een vorm van wederzijds respect. Maar al te veel a priori’s van zijn kant hebben de relatie bemoeilijkt. Nog voor ik hier zat, kwamen de hekelende opiniestukken. De procedure voor een opvolger is vorige week opnieuw gestart. Ondertussen vullen Bob Van Reeth en Christoph Grafe die positie tijdelijk in. Wij zijn het ook niet altijd eens. Maar er is ruimte voor discussie en overleg. De visie van de stad en die van de expert moeten ergens convergeren.’
‘De spanning tussen kwaliteit en rentabiliteit is er altijd geweest. Maar ik heb er een hekel aan als promotoren als poenpakkers worden afgeschilderd. “Maar schepen, die gasten verdienen geld genoeg.” Dat was de mentaliteit in de administratie. De stad kan enkel op een rendabele manier worden vernieuwd. Ik veeg de vloer aan met de mensen die beweren dat we subjectiever werken of niet meer naar de kwaliteit kijken.’

Er is sprake van willekeur.
‘Dat kun je nu echt het vorige bestuur verwijten. Ik blijf altijd op mijn punt staan, zowel naar de bouwpromotor als naar de bewoners toe. Voor mij komt rechtszekerheid op de eerste plaats. Vroeger was de stad vaak onbetrouwbaar, dat is ze nu niet meer. En uitgerekend ik krijg dit naar mijn hoofd geslingerd. Weet u, op het einde van de legislatuur zal de kiezer me niet belonen voor mijn relatie met de oppositie of met mijn ambtenaren. Het zal gaan over wat ik heb gerealiseerd.’
‘Ik lach met kritiek. Al die experten, ook in uw krant, die uitblonken door scherpe uitlatingen naar aanleiding van het ontslag van Borret. Ik wil niemand schofferen hoor. Ik stel enkel vast dat een aantal onder hen aan wedstrijden heeft deelgenomen en opdrachten heeft binnengehaald zonder dat de stad haar uitgangspunten heeft aangepast. Niemand is op zijn woorden teruggekeerd, maar ze zijn wel allemaal aan de slag. Denk daar maar eens over na.’

Echt enthousiast over participatie bent u niet.
‘Mijn boek focust op de negatieve ervaringen, dat moet ik toegeven. Te veel mensen weten niet hoe het systeem in elkaar zit. Het telkens in vraag stellen van vergunningen is nefast voor de betrouwbaarheid van de stad. Alleen voor grote projecten is het nuttig volop te communiceren. Ik heb ook te veel meegemaakt dat het participatietraject eigenlijk een vermomde manier van oppositie voeren was, omdat bepaalde partijen het verzet in handen namen.’

Een geraadpleegde bewonersgroep wilde geen parking op Spoor Oost. Ze kreeg er een.
‘Er bestaat een verschil tussen participeren, meedenken en gelijk krijgen. Ik ben verantwoordelijk. De werken rond Oosterweel gaan in die buurt grote verkeersproblemen geven. Dat draait allemaal in de soep zonder parkeerruimte. Als ik niet ingrijp, krijg ik achteraf gezever. Heeft de participatie dan geen zin? Toch wel. Er komt een verbrede groenzone, de verlichting wordt beter. En als na de werken blijkt dat de parking kan worden afgebouwd, dan gaan we dat doen. Weet u, jarenlang lag dat gebied er verkommerd bij. Die pluimen steek ik echt op mijn hoed.’

Over Oosterweel gesproken, ook Ringland vervult u met ironie.
(brede grijns) ‘Absoluut. Ik zou nochtans blij moeten zijn: het grootste betonproject uit de 21ste eeuw, een stedenbouwkundige droom. Maar ik ben ook schepen van Groen. Met Ringland gaat zo’n 80 hectare aan groene stofzuiger voor de bijl. Niet moeilijk dat Natuurpunt Vlaanderen zich zorgen maakt. Aan de ring in Berchem willen we natuurgebieden omvormen tot een Brialmontpark. Dan wordt zo’n overkapping plots minder zinvol. “Ah, maar dat groen komt erbovenop”, hoor ik u denken. Op een substraat van hoop en al anderhalve meter plant niemand bomen.’
‘Het is alsof Ringland een bus Mr. Proper opentrekt. Plots zijn alle moeilijkheden van de baan. Maar de grootste problemen rond fijn stof en geluid doen zich voor in de street canyons, de grote toegangswegen naar de stad. Dat speelt meer dan 200.000 mensen parten, aan de ring gaat het om amper 10.000 betrokkenen. Daarom werken we aan stiller asfalt en introduceren we een lage-emmissiezone. Voor die maatregelen bestaat er veel te weinig aandacht.’

Wat wil u de stad over drie jaar nalaten?
‘Ik hoop dat alle inwoners zich kunnen verbeteren. Droomprojecten? De heraanleg van de Gedempte Zuiderdokken. Zelf denk ik luidop aan een Antwerpse versie van de Parijse Tuilerieën. Ook de herwaardering van Linkeroever staat hoog op mijn lijst. De link tussen de bewoning en het water is daar verdwenen. De aanleg van een wandeldijk tussen Burcht en het strand van Sint-Anneke zou prachtig zijn.’
‘Een voetgangers- en fietsbrug kan de band tussen de linker- en rechteroever kunnen herstellen. Dat staat niet in het bestuursakkoord. Maar ik hoop dat het embryoke een kans krijgt. Ik ben een pitbullachtig type. Ik ga er alles aan doen om dit rond te krijgen.’

‘Lapzwans eerste klas’ is een van uw vriendelijkste koosnamen. Wat mogen we daaruit besluiten?
‘Iemand is voor mij of tegen mij. Dat is altijd zo geweest. Ik kan daarmee leven. Ik ben niet het type politicus dat door iedereen graag gezien wil worden. Maar soms stel ik me de vraag over deculot van mensen die om het even wat beweren.’
‘Ik veronderstel dat de Gentse schepen van Mobiliteit Filip Watteeuw niet wakker ligt van de kritiek van Herman Brusselmans, ik lag alvast niet wakker van de onzin van Marcel Vanthilt. Dingen worden beweerd zonder basis, zonder bewijs… Het is een gratuite manier om mensen te beschadigen. Ik lig wakker van het waarmaken van de verandering waar de kiezer duidelijk om gevraagd heeft en wil iedereen charmeren.’

Deel uw kennis en ervaring over Stadslab Antwerpen
bart.brinckman@standaard.be

Rob Van de Velde, Laat me A charmeren, Artus, Antwerpen, 208 blz., 24,95 euro.

De Standaard, 24 oktober 2015