Stadsontwikkeling & Ruimtelijke ordening

[metaslider id=878]

Een stad staat niet stil. Gelukkig maar. In een stad wordt gebouwd, verbouwd, afgebroken en opnieuw gebouwd. Om dit in alle orde en rust en in goed nabuurschap te doen zijn er regels van ruimtelijke ordening nodig. De decretale basis hiervoor is de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke ordening.

Voor wat niet door de codex geregeld wordt, is er de lokale bouwcode.

Naast de ruimtelijke ordening is er een visie nodig om de stad op een zo evenwichtig mogelijke basis te ontwikkelen. De basis voor deze visie is enerzijds het ruimtelijk structuurplan en anderzijds de kwalitatieve kenmerken waaraan de ontwikkeling volgens een bestuur moet voldoen.

De pijlers die voor dit bestuur de essentiële kenmerken uitmaken van het beleid zijn:

–        Verwevenheid

In een stad mag en moet je alles vinden. Ruimte om te wonen, werken, spelen, winkelen, rusten en genieten. Om maar iets te noemen.  Dit bestuur zet alles in op een grotere verwevenheid tussen al deze functies of activiteiten binnen de stad. Omdat we moeten. Ruimtelijk zou het onverantwoord zijn om kwistig om te springen met de beperkte ruimte die ons rest. Maar ook omdat we willen. Een stad moet bruisen, aantrekken, vervoeren, geruststellen en doen mijmeren tegelijkertijd.

–        Duurzaamheid

Het grootste geschenk dat wij de stad kunnen achterlaten is een structuur zowel ruimtelijk als bouwtechnisch, die flexibel genoeg is om de veranderingen van de komende 100 jaar geruisloos op te vangen. Als u energiezuinig bouwt, zullen wij zorgen dat wat gebouwd wordt de tand des tijds doorstaat. Niet alleen door stevigheid, maar vooral door flexibiliteit. Draagstructuren worden belangrijker dan interne invulling. Onze voorouders deden het met de pakhuizen voor. Flexibele structuren staan nieuwe woonvormen toe, passen zich aan aan nieuwe noden en vermijden dat we telkens weer nieuwe lappen grond moeten aansnijden.

–        Ruimte

Vlaanderen kreunt onder de “verneveling”. Open ruimte wordt schaars, doordat we onvoldoende nagedacht hebben over waar we welke functies zouden invullen en ruimte opzochten in plaats van ze te laten liggen. Omdat we stedelijke verdichting hebben vooruitgeschoven. Vandaag ligt de toekomst in geleidelijke stedelijke verdichting (waarin uiteraard stedelijke open ruimte als thema centraal zal blijven staan)gekoppeld aan bescherming van grote open ruimte buiten de stad. Grote steden, zoals Antwerpen, moeten hier hun verantwoordelijkheid nemen. Daarom zal hoogbouw worden toegepast op plaatsen die er zich toe lenen. Daarom zullen de 19de en 20ste eeuwse gordel beter op elkaar moeten aansluiten. Daarom gaan we “inefficiënt ingevulde”zones eerste aanpakken. Denk bijvoorbeeld aan de Slachthuissite.

–        Opwaardering

Sociale mobiliteit hangt zeer nauw samen met wonen en bouwen. Terwijl we inzetten op aangenaam wonen aan water en groen, vechten voor open ruimte en de stadsvernieuwing doorzetten, is aandacht nodig voor verwaarloosde buurten. Een complex gegeven, waarin huisjesmelkerij, gebrek aan hygiëne en veiligheid, onveiligheid en verkrotting elkaar afwisselen. Combi-wonen, kangoeroe-wonen en commune-investeringen zijn mogelijke uitwegen.

–        Geven en nemen, gezond en wel

Zonder geduld en begrip voor elkaar wordt een stad een slagveld. De verhoogde densiteit in mensen en activiteiten maakt ons nerveuzer. Bedenk dan dat we samen deel uitmaken van een geweldig gegeven: de Stad. Die we niet alleen mooi, maar ook gezond willen maken. Met de start van het luchtkwaliteit afwegingskader is dit bestuur het eerste Antwerpse bestuur dat objectief de luchtkwaliteit in kaart zal brengen. Goed of slecht, we moeten het weten en waar nodig ingrijpen. De kop niet langer in het stof.

Onroerend erfgoed Groen