In de pers

Toekomst lacht vervuilde en verlaten fabriekspanden toe

Een zwaar vervuilde bodem, langsrazende vracht­wagens, een lekkend dak en een troosteloze locatie. Hoewel de vrije ruimte in Vlaanderen dag na dag slinkt, blijven er verlaten terreinen en leeggestaande gebouwen langs de kant van de weg prijken waaraan niemand zijn vingers wil branden.

Vaak om financiële redenen: de kosten van de sanering overstijgen al snel de middelen van de ontwikkelaar. Maar even goed speelt de complexe vraag wie precies de eigenaar is, in het nadeel van die zogeheten blinde vlekken. Of blijft de bedenkelijke reputatie van de site hangen bij geïnteresseerde kopers.

De Vlaamse overheid wil dat niet langer met lede ogen aanzien en heeft daarom een uniek experiment op touw gezet: ‘Terug in Omloop’. Vijf problematische locaties krijgen daarbij een complete make-over. En veel stakeholders hebben beloofd er hun schouders onder te zetten.

Dat gaat van Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V), tot haar collega van Werk en Innovatie Philippe Muyters (N-VA) en minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA). Ook Ovam, het Team Vlaamse Bouwmeester, Ruimte Vlaanderen, het Team Stedenbeleid en het Agentschap Innoveren Ondernemen werken mee aan de reconversie van de sites.

‘Goede oefening’

‘Vroeger waren er ook al samenwerkingen tussen bijvoorbeeld de minister van Ruimtelijke Ordening en die van Mobiliteit. Maar dit is een gemeenschappelijk politiek signaal: we denken samen na over een overkoepelde visie op ruimte. We overstijgen de verkokering’, zegt het kabinet van minister Muyters.

Die aanpak vloeit voort uit de ambitie om de bijkomende in­name van ruimte in Vlaanderen te beperken tot nul procent in 2050. ‘We willen hier echt uit leren. Dit is een goede oefening.’

Vrijblijvend zijn de projecten niet. Ze concentreren zich allemaal rond één thema waaraan alle partners hun steentje kunnen bijdragen: de plaatsen moeten helpen om stedelijke transformatie en economische transitie te realiseren.

Daartoe krijgen ze een begeleidingstraject op maat met een projectregisseur, een team dat zich bezighoudt met ontwerpend onderzoek en deskundigen uit verschillende disciplines. Een dergelijke grensoverschrijdende mate van aansturing is ongezien.

Blackfields

Een goed voorbeeld van een project is een oude wasserij, ververij en stomerij in Mechelen. Een leeg en verwaarloosd pand, de bodem verontreinigd door oplosmiddelen, het grondwater vervuild, asbest in de muren.

Volgens afvalstoffenmaatschappij Ovam, die nu met het pand bezig is, zal de sanering nog jaren duren. Daarom het plan om er met steun van de overheid ‘een circulair laboratorium’ van te maken. Het doel is om er onder meer jongere ondernemers te huisvesten die zich concentreren op herbruikbare goederen en grondstoffen. Maar ook de banden met buurtbewoners en het onderwijs worden aangehaald.

‘Als Ovam hielden we ons al bezig met de reconversie van de zogeheten brownfields en blackfields, dat waren vaak zware industriële terreinen die gesaneerd werden. Nu zetten we een stapje verder door zelf een positieve invulling aan een vervuild terrein te kunnen geven’, zegt woordvoerder Jan Verheyen.

DS,26-10-2016