Wilde Zee

Van Bladel wil bistro boven bekende viswinkel

Vishandel op Antwerpse vijfhoek ondergaat na 82 jaar facelift

De bekende vishandel Van Bladel start een nieuw leven. Uitbaters Peter en Carla werden onlangs eigenaar van het pand en willen nu een bistro boven hun winkel installeren. “Van het vorige bestuur mocht het niet. Het huidige stadsbestuur heeft geen bezwaar”, weet Peter Leyn, die de zaak na 82 jaar wil veranderen. 0 0 Viswinkel Van Bladel, centraal gelegen in de Wilde Zee, op de splitsing van de Schrijnwerkersstraat, de Wiegstraat, de Lombardenvest, de Groendalstraat en de Korte Gasthuisstraat, is al langer een icoon van de zogenaamde vijfhoek. In 1932 opende visverkoper Van Bladel de eerste viswinkel op die plek, nadat er jarenlang een hoedenwinkel gevestigd was. Viskoper Van Bladel bleef er zelf vis aan de man brengen tot een eind jaren zestig. Toen nam Karel Vercammen de zaak over, maar hij liet de naam onaangeroerd. “Ook wij zijn nooit van plan geweest om de naam te veranderen. Het is normaal dat je hem meeneemt. Daar betaal je grondgeld voor”, zegt Peter Leyn (48), die de zaak in 1989 overnam.

Gouden kans “Tijdens mijn koksopleiding in Brussel heb ik mijn echtgenote Carla Morré leren kennen. Zij studeerde er verpleegkunde. Na haar studies ben ik haar naar Antwerpen gevolgd, waar haar moeder gerant was in een viswinkel in de Veldstraat. Niet veel later hebben wij die overgenomen.

Maar ik zat er al snel aan mijn plafond. Ik kon er niet evolueren. Tot ik een kleine advertentie las in de krant: “Vishandel over te nemen. Hogere prijsklasse.” Er stond geen naam bij of niks. Toch maar gebeld, en dan bleek het Van Bladel te zijn. Het had inderdaad een prijs. Maar voor ons was het een gouden kans. We hebben alles bijeengesprokkeld, gerekend en geleend om hier de vloer (het handelsfonds, red.) te kunnen kopen. “Natuurlijk wilden we het pand zelf ook aanschaffen. Maar de eigenaars, twee broers, hielden de boot af, hoewel we het hen elk jaar vroegen.

Tot er twee zomers geleden een brief in de bus stak. Bleek dat ze de zaak hadden verkocht, hoewel ik het eerste kooprecht had. Ik behield dat, maar moest wel de al afgesproken prijs neerleggen. Te veel in mijn ogen, maar ja. We hebben ons opnieuw dubbel gezet en we konden het pand verwerven.”

Eethuis op het eerste Natuurlijk brengt zo’n aankoop een mens op ideeën. Ineens wordt investeren interessant omdat je er de waarde van je eigen goed mee opkrikt. “Ik wil op de eerste verdieping al langer een gezellig eethuis installeren. Van het vorig stadsbestuur mocht dat absoluut niet. Ik heb het gevoel dat er vanuit het huidig bestuur een groter respect voor ondernemers is. Toen ik schepen Rob Van de Velde erover aansprak, was hij dan ook direct mee.”

Over de formule die hij gaat hanteren, moet Peter Leyn niet lang nadenken.

“Geen middag- en avondeten, alleen ’s middags. Net zoals dat ook bij Mario in de Kammenstraat gebeurt: aan houten tafeltjes in een uniek kader. Bij ons heb je op de eerste verdieping een uniek uitzicht over de hele vijfhoek. Zeker in de zomer is dat prachtig. En op het bord geen schilderijtjes, hé. Ik wil gewone, simpele dingen serveren, zoals een steak tartaar, mosseltjes, garnaalkroketten, lekkere inktvissla op zeer correcte wijzer bereid, of zelfs een smakelijk fazantje.”

“Onze chef, Carlo Didden (oudchefkok van De Kleine Zavel en het Kasteel van Brasschaat, red.), kan dat er gerust bijnemen. Hij maakt nu al onze bereidingen al, gaande van vis tot wild en gevogelte. Doe daar een goed wijntje bij en je bent vertrokken.”

Kwaliteit kost iets

Op hoge rekken in de winkel boorden flessen van de Australische Anvers- wijn met het Brabo-logo de winkel af. “Niet toevallig neen, want de wijnmaker Wayne Keoghan, is mijn schoonbroer: getrouwd met Carla’s zus Myriam. Maar vergis u niet. Ik zou die wijn niet nemen als hij niet kwaliteitsvol zou zijn.”

“Kwaliteit is en blijft de vaste voorwaarde.

De prijs speelt geen rol, het moet goed zijn. Of ik te duur ben?

Ik weet dat sommigen hun prijzen aanpassen aan die van ons. Meermaals staat hier iemandprijzen over te schrijven van in de etalage. Waarom ze dat doen? Om te vergelijken zeker? Ik vraag het hen niet.”

“Ik weet dat sommige mensen zeggen dat we te duur zijn. Maar dat gebeurt vooral in soldenperiodes zoals nu. Dan komen er meer mensen naar de stad, die je op andere momenten niet ziet. Ze kopen iets bij ons en schrikken van de prijs. Maar wat wil je? Onze gebakken vis is geen koolvis zoals op de markt of zo, maar gebakken kabeljauw. Je weet dat je die niet gratis hebt tegenwoordig.”

“Nog een voorbeeld? Krabsla. Echte krab drijft de prijs op. Maar je proeft het ook: bij ons geen surimi (goedkoop soort visgehakt, red.). Onze pekelharing? ‘Outstanding’. Paling in ’t groen? Bekend en gekend als de beste van ’t stad, met de juiste kruiden, verse paling ook. Dat marcheert als een bom. En weet je waarom? ’s Morgens kronkelt die paling nog, levend en wel. Verser kan je hem niet krijgen.”

”s Morgens kronkelt onze paling nog, levend en wel. Verser kan je hem niet krijgen.” Peter leyn Van Bladel